
Wolvezels zijn afkomstig van de haren van een dierenvacht. Naast schapen zijn er veel meer dieren waarvan de haren worden gebruikt om wol mee te spinnen. Denk hierbij aan geiten, alpaca’s en lama's.
De vezels van deze verschillende vachten, hebben allemaal specifieke eigenschappen. Met deze kennis kies jij gemakkelijk de juiste wolsoort voor jouw volgende project, dus lees snel verder.
Als je het woord 'wol' noemt roept dat bij iedereen een andere associatie op. De een zal zeggen dat het heerlijk warm is voor in de winter, de ander krijgt er gelijk jeuk van en de volgende zegt er allergisch voor te zijn. Om te kunnen begrijpen waar deze verschillende ervaringen vandaan komen leggen we je kort de verschillen uit.
Te eerste zit er een verschil in of iemand allergisch is voor wol of dat het gewoont jeukt. Bij een wolallergie kan de huid niet tegen de lanoline die in sommige wolsoorten zit en zal er huiduitslag ontstaan die jeukt.
Is er geen huiduitslag maar ervaar je wel jeuk, dan kan dat aan de dikte van de wolvezels liggen. Hoe dikker de wolvezel, hoe stugger, waardoor het op de huid kan prikken. En dus geldt ook hoe dunner de wolvezel, hoe soepeler dus ook zachter voor de huid.
De dikte van de wolvezels wordt aangegeven met microns en 1 micron is 1 duizendste millimeter. Tervergelijkking; een mensen haar is gemiddeld 75 micron, dat van een Texels schaap zit tussen de 26 en 40 micron en dat van een merinoschaap zit tussen de 16 en 21 micron. Dus hoe lager de micron, hoe dunner de vezel en dus zachter.
Merinowol is een populaire wol soort. Simpel weg omdat enorm zacht is, huidvriendelijk en greurtjes nutraliseert. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen gewone merino wol met een micron tussen de 19 en 21 micron en de superfine merino wol met een micron tussen de 16 en 19.
Garen van merinowol is perfect voor mensen met een gevoelige huid én voor het breien en haken voor babykleding en babydekentjes.
Ben je allergisch voor schapenwol? Kies dan voor alpaca, lama of cashmere. Deze wolsoorten zijn lanoline-vrij en hebben dezelfde of soms nog betere eigenschappen.
Alpaca is van nature lichtgewicht, waterafstotend, brandwerend, warmte regulerend en wel drie keer sterker dan schapenwol. Het heeft een semi holle vezel waardoor het een beschermene werking heeft tegen extreme temperaturen in zowel de zomer als de winter. Hierdoor is alpaca garen geschikt voor alle weersomstandigheden en kun je het, het hele jaar door dragen.
Alpaca vezels zijn 16 micron vanaf de eerste schering van een babyalpaca tot 25 micron van volwassen dieren.
De wol van de lama is vergelijkbaar met die van de alpaca. Het is lanoline-vrij, sterk en heeft door de holle vezels een isolerende werking.
Kasjmier is afkomstig van Cashmere geiten. Cashmere geiten komen oorspronkelijk voor in India, Pakistan en China. De wol van Cashmere geiten wordt gezien als de meest edele wol soort ter wereld. Cashmere is bijzonder zachte wol met vezels tussen de 15 en 19 micron. De wol is warmte regulerend en erg licht. De lange vezels van de Cashmere zorgen ervoor dat de wol niet pilt.
Kid mohair is afkomstig van de Angora geit en is erg zacht. Het heeft een zijdeachtige glans en heeft de mooie eigenschappen dat het warmte- en vochtregulerend is. De lange vezels van het kid mohair geeft een mooi pluizig effect.
Het verwarrende van bij deze wol soort is dat en veel garens als'mohair' worden verkocht die niet van kid-mohair zijn gemaakt. De naam Mohair wordt gegeven aan alle wolsoorten met een lange vezels. Daarom verschillen mohair garens in zachtheid en kwaliteit. Mohair van normale schapenwol is een stuk stugger dan kid mohair.











